Waaraan herken je een sprookje ? 

 

Wonderlijke wezens, zoals kabouters, elfjes, heksen, geesten, trollen, reuzen enzovoorts, zijn heel gewoon. Soms kunnen ze zich onzichtbaar maken, zich heel snel verplaatsen of door de lucht vliegen.

 

Het is ook heel gewoon als dieren kunnen spreken. Maar niet iedereen kan hen verstaan … Vergeet ook de vogels niet!

 

Mensen en dieren en wonderlijke wezens komen soms in één en hetzelfde sprookje voor.

 

Doden kunnen weer levend worden. Een toverdrankje of en toverspreuk of een flink pak slaag zijn meestal wel voldoende.

 

Sommige sprookjesfiguren kunnen uit de bovenwereld naar de onderwereld reizen, of van de hemel naar de hel, en weer terug.

 

Het getal drie komt in heel veel sprookjes voor: De hoofdpersoon moet drie raadsels oplossen, anders wordt hij of zij gedood; Een boer had drie zonen; De draak heeft drie koppen; Je moet uit drie eieren dat ene betoverde ei kiezen; enzovoorts, enzovoorts. Steeds weer dat getal drie.

 

Waar het sprookje zich afspeelt is meestal niet duidelijk. “Er was eens …”; In een heel ver land leefde eens …”; “Aan de rand van het bos woonde een arme houthakker en zijn vrouw”.  En waar speelt ook al weer “De rattenvanger van Hamelen”? Precies! Dus waarom niet in Lelystad? Of onder water op de plek waar later Lelystad gebouwd zou worden? Zelfs een schip kan een rol spelen.

SPROOKJES VAN LELYSTAD

 

 

 

Klik hier om de PDF van de flyer te downloaden.